donderdag 17 juli 2014

Een nieuw album in de maak (deel 4) Mixen en masteren van de opnames

Twee belangrijke onderdelen bij het opnemen van een CD zijn mixen en masteren. Dit doe je nadat je daadwerkelijk de opnames gemaakt hebt. Ik krijg nogal eens de vraag wat er dan precies gebeurt. Hierbij een poging om het een en ander toe te lichten. Als je naar een CD (of concert) luistert kun je dat op veel verschillende manieren doen. Je kunt de melodieen volgen, focussen op een bepaald instrument, meezingen met het refrein, kippenvel krijgen bij dat ene tegenmelodietje of meedirigeren met je favoriete symfonie. Maar hoe kun je deze luisterervaring optimaal maken zonder hinderlijke afleidingen? Het opnemen en het mixen is door Han Nuijten gedaan en voor het masteren door Peter Brusee van Q Point te Hilversum. Bij beide onderdelen was ik aanwezig en kon ik meedenken. Je kunt je voorstellen dat het bijzonder leerzaam was om samen met deze zeer ervaren mensen eens vanuit een ander perspectief naar muziek te luisteren.



Wat is mixen en masteren nu eigenlijk? Laat ik eerst eens voor de duidelijkheid een vergelijking maken met het kijken naar een klassenfoto. Je kijkt naar de foto, ziet de gezichten van klasgenoten uit vervlogen tijden. Misschien herken je de meesten en misschien herinner je de mensen met wie je ruzie hebt gehad of die klasgenoten waarmee je altijd verstoppertje hebt gespeeld. Bij het kijken naar de foto zorgt de fotograaf dat je je herinneringen ongestoord kunt ophalen. Niets is hinderlijker dan dat iemands gezicht er half op staat of dat de foto korrelig is waardoor gezichten geen details kennen. Het doel van het mixen is te vergelijken met het moment waarop de fotograaf zegt: "Alle lange mensen achteraan, kortere mensen vooraan... en de voorste rij moet op de grond zitten... ja en jullie iets meer naar rechts... kunnen jullie met zijn allen iets dichterbij elkaar staan, anders passen jullie er net niet op? ja, zo is het goed!" flits! Bij het mixen worden de volumes van de verschillende instrumenten goed op elkaar afgestemd. Ook wordt de klankkleur per instrument optimaal ingesteld middels equalizing. Ook kan een instrument iets naar links of naar rechts in het stereobeeld worden geplaatst. Als je je ogen dicht doet en naar de muziek luistert (via koptelefoon of zittend recht voor je hifi-installatie) dan hoor je dan ook dat instrumenten allemaal hun eigen plekje hebben in de mix. Er lijkt echter ook een soort diepte te zijn. Sommige instrumenten klinken verder weg en anderen lijken recht voor je neus te staan. Tijdens het mixen houd je je hoofdzakelijk bezig met deze plaatsing. Overigens heb je al tijdens het opnemen hier invloed op door bijvoorbeeld de manier waarop je microfoons plaatst en de ruimte waarin je speelt. Opnemen, mixen en masteren zijn niet los van elkaar te zien.



Bij het masteren is het net of je nog meer van een afstand naar de opname luistert. Het is alsof je de klassenfoto bekijkt en ziet dat de gehele foto wat groenig is. Als er veel groene voorwerpen (bijvoorbeeld planten ;)) zijn kun je besluiten dat het waarheidsgetrouw is en het zo laten. Maar het kan ook zijn dat, om wat voor reden dan ook, het groenige niet overeenkomt met de werkelijkheid. Bij het masteren luister je naar alle fequenties van laag naar hoog en probeer je een realistisch beeld te creeeren. Ook waren op beeld frequentie-analyses te zien. Mocht een bepaalde frequentie overmatig aanwezig zijn dan kun je die eventueel (deels) inperken. Je kunt denken aan de volgende situatie: Als ik op een akoestische gitaar speel dan zal die in elke ruimte waar ik speel weer anders klinken. Elke ruimte kleurt het geluid. Zijn de muren van steen? Hangen er gordijnen? Al die factoren bepalen wat de luisteraar waarneemt. Een ruimte heeft ook een resonantie-frequentie. Wanneer de gitaar deze frequentie voortbrengt wordt deze versterkt door de ruimte. Een CD moet een soort neutraliteit hebben waardoor deze in elke situatie optimaal tot zijn recht komt. Daar is het masteren voor bedoeld. Tijdens mixen en masteren had ik de CD 'Lifecycle' van de Yellow Jackets als klankreferentie. Het geluid van die CD vind ik lekker fris en poppy klinken en zo wilde ik mijn CD ook laten klinken.



De opname, mix en mastering moeten hand in hand met elkaar gaan, vandaar dat ik het belangrijk vond dat de opnametechnicus Han Nuijten en masteraar Peter Brussee vaak hebben samengewerkt en elkaars werk goed begrijpen. Voor mij was dit weer een lesje luisteren naar muziek op 1001 manieren. Uiteindelijk bepalen techniek, akoestiek en psychologie de mate waarin je van de muziek kan genieten. Laten dit nu net 3 onderwerpen zijn die ik erg boeiend vind! Er valt nog genoeg te leren heb ik gemerkt!



Nog een leuk artikeltje over dit onderwerp:
http://zesoundsuite.blogspot.nl/2010/02/fletcher-munson-curve-why-you-should.html

Geen opmerkingen:

Een reactie posten