woensdag 3 december 2014

Meer dan alleen de noten - "Lenny" van Stevie Ray Vaughan

Op de albums van Stevie Ray Vaughan zijn naast zijn bekende vocale blues-stukken ook instrumentale ballads te vinden. "Little Wing" was de eerste die ik van hem leerde kennen. Zijn helder toon die onmiskenbaar gekoppeld is aan de stratocaster is uit duizenden te herkennen. Als hij op zijn strat twee pickups combineert (stand 2 en met name 4 van de vijfstandenschakelaar) klinken zijn noten haast als glazen bolletjes die uit je speakers rollen. Vaak verandert hij tijdens het nummer ook zijn toon door een ander(e) element(-combinatie) te kiezen. Dit gebruikt hij duidelijk om de expressie in zijn spel te verhogen. Hij is ook een meester in het gebruik van overdrive op zo'n manier dat de hoeveelheid oversturing door de dynamiek van zijn aanslag bepaald wordt. Vaak net een randje en bij hard aangeslagen noten net iets meer.

Een heel boeiend voorbeeld van nog zo'n instrumentaal stuk is "Lenny". In dit stuk combineert hij op een geraffineerde wijze zijn bluesy lijnen met de mooie rijke akkoorden uit de jazzmuziek. Daarnaast koppelt hij deze klanken ook nog eens met het gebruik van de whammy-bar waardoor hij een soort hawaii-achtig pedalsteel-gitaargeluid produceert.

Wat ik minstens zo bijzonder vind aan zijn soleerstijl even verderop in het stuk is dat hij een heel scherp ritmisch voorstellingsvermogen heeft. Het ene moment speelt hij rechte zestienden en het andere moment soleert hij met geshuffelde zestienden. Zijn begeleidingsband speelt daarbij heel solide door en daardoor ontstaat een mooi contrast.

Hoewel het stuk "Lenny" instrumentaal is heeft het voor mij een heel sterk vocaal karakter. Dit komt doordat hij heel dynamisch speelt; sommige tonen wat harder, anderen weer wat zachter. Net als bij de gesproken taal geld dat communicatie meer is dan alleen woorden. Muziek is meer dan alleen de noten. Volgens mij zouden zelfs kinderliedjes nog mooi klinken als de SRV-man ze zou spelen ;).

Hieronder een mooie live-versie waarin in het intro ook een verwijzing zit naar een andere instrumentale ballad van hem, genaamd "Riviera Paradise" van het album "In Step". In deze live-versie is zijn voorliefde voor jazz nog eens extra goed te horen in de improvisatie. Hij laat veel ruimte in zijn improvisatie waardoor het geheel blijft ademen. En de invloed van zijn grote voorbeeld Jimi Hendrix is ook nog eens duidelijk te horen.



Om je op weg te helpen heb ik een transcriptie gemaakt van de album-versie. Veel plezier en vergeet niet om met de opname erbij te oefenen want het gaat niet alleen om de noten maar ook de toonvorming!

donderdag 16 oktober 2014

Verhoog je kwaliteit van oefenen met deze eenvoudige tips

Stel je voor: je hebt gitaarles, je oefent regelmatig en leert gaandeweg steeds meer liedjes kennen. Nu zeggen veel gitaarleraren dat je pas naar het volgende liedje zou moeten gaan als je het geoefende liedje echt beheerst. Hoe kun je nu controleren of je het geoefende ook echt beheerst?

1. Allereerst zou je kunnen testen of je het liedje uit je hoofd kent. Als je het liedje leerde van noten/tabulatuur speel dan zonder blaadje. Wanneer je niet meer afhankelijk bent van je papier zal je muziek veel beter en muzikaler klinken omdat je dan je aandacht kunt richten op hoe je speelt en niet op het bekijken van de volgende noot. Heb je geen bladmuziek erbij maar heb je het op gehoor geoefend met de originele opname erbij, probeer het dan zonder opname te spelen en beluister of het logisch en muzikaal klinkt. In het ideale geval hoor je tijdens het spelen de opname in je gedachten meelopen.
2. In de tweede plaats zou je kunnen testen of je het liedje samen met een andere musicus kan spelen. Je kunt bijvoorbeeld je leraar vragen je te begeleiden. Meespelen met een drumcomputer of metronoom kan ook een goede test zijn. Soms raak ben je ineens kwijt waar je ook alweer was. Soms blijkt dat je niet uit jezelf een noot op het goede moment meer kan spelen en dat de begeleiding je 'afleidt'.
3. Je kunt het geoefende zingen, fluiten of neurieen om te bepalen of je de klank van het liedje voldoende in je hoofd hebt zitten.
4. Je kunt met je voet de maat tikken terwijl je speelt om te controleren of je je tijdens het spelen voldoende bewust bent van de tel en of de onderverdelingen van de tel. Zo werk ja aan de 'ideale drummer in je hoofd'.
5. Een ander prikkelend idee is om een liedje achterstevoren te spelen (uit je hoofd). Door het liedje achterstevoren te leren spelen verbetert je vermogen om, wanneer je het liedje weer in de normale volgorde speelt, vooruit te blijven denken.
6. Je kunt er veel van leren als je een opname van jezelf maakt en deze terugluistert. Soms hoor je dan dat je lange noten te kort speelt of dat je in een snel fragment vertraagd doordat je techniek tekort schiet.
7. Vaak is het lastig om een liedje in een heel ander tempo te spelen. Vooral het heel langzaam spelen wil nogal eens lastig zijn omdat je dan moeilijker het overzicht houdt. Bij sommige leerlingen merk ik dat ze het liedje maar in 1 specifiek tempo hebben geoefend.
8. Speel het liedje eens in een andere toonsoort/maatsoort/mode. Deze tips zijn wat meer voor de gevorderde leerling en vergen veel meer van je kennis en vaardigheid maar kunnen daarentegen weer leiden tot heel mooie en creatieve nieuwe benaderingen.
9. Oefen eenzelfde melodie ook in andere posities: de gitaar is uniek omdat je melodieen op veel verschillende manieren kan spelen. In mijn eigen ervaring kies je vaak voor de jou bekende weg. Als je een beetje onderzoekt kom je vaak op heel goede alternatieven die soms ook nog eens beter klinken.
10. Een nog verder gevorderde aanpak die heel tof is: Zet voor de verandering de metronoom eens niet op de kwartnoot maar op de kwartnoot-punt. Of vat de metronoom op als een moment tussen twee tellen (bijvoorbeeld de 2e zestiende als je bv een funk-slagje oefent). Je test hiermee je ritmische autonomie.

donderdag 7 augustus 2014

Uw lesmethode: Lees voor gebruik eerst de bijsluiter (deel 3)

Over studie van techniek doen ook veel verhalen de ronde. Zo zou teveel techniek studeren je spel steriel en emotieloos maken. Als die discussie iets verder gaat worden meteen voorbeelden als Al DiMeola, Guthrie Govan, Michael Angelo Batio, Yngwie Malmsteen en John Petrucci aangehaald. Iedereen heeft hier dan een uitgesproken mening over in termen van de balans techniek/emotie/zeggingskracht etc. Misschien is wat nuance wenselijk.

Mogelijke voordelen van het studeren van techniek:
1. De snelheid waarmee je bewegingen uitvoert kan hoger komen te liggen.
2. De nauwkeurigheid waarmee je bewegingen uitvoert kan verbeteren
3. Het aanleren van nieuwe liedjes wordt gemakkelijker. Dit zie je vaak als leerlingen een eerste besef van toonladders als bouwstenen voor muziek krijgen. (stukje hefboomwerking voor de toekomst).
4. De onafhankelijkheid van je vingers kan vergroten wat aanleren van nieuwe structuren makkelijker maakt.

Mogelijke nadelen van het studeren van techniek:
1. Voor het gemak vergelijk ik musiceren weer eens met spreken. Wanneer je spreekt probeer je een idee aan iemand anders over te brengen. Je gebruikt hierbij de woorden die je nodig hebt. Over sommige woorden denk je soms wat langer na of je zoekt snel een synoniem waardoor wat je bedoelt toch overkomt. Wanneer je bewust gaat proberen moeilijke woorden te gebruiken zal het vaak gekunsteld gaan klinken. Natuurlijk zou je het gebruik van dure woorden kunnen ontwikkelen tot een kunst maar de vraag blijft of het de boodschap dient of dat het juist ervan afleid. Een uitgangspunt zou kunnen zijn: Ambieer om te kunnen spelen wat je hoort in je hoofd en als je merkt dat je techniek tekortschiet dan zou je daar een deel van je oefentijd aan kunnen wijden.
2. Omdat de studie van techniek heel goed de vorm kan aannemen van vastgelegde stricte oefenschema's waarbij het resultaat heel meetbaar is is het voor sommige mensen heel aantrekkelijk. Het is ook heel fijn om met een metronoom al je persoonlijke snelheidsbarrieres te doorbreken door dagelijks hard werken. Het creatieve proces laat zich echter minder goed meten en is derhalve ongrijpbaarder. Dit kan een reden zijn dat sommige mensen hier voor weglopen en verzanden in enkel studeren van techniek. Overigens heb ik dit zelf uiteraard ook meegemaakt. Misschien is de wens om 'de beste' te worden de basis voor de eerste - meer meetbare - aanpak en de wens om je in de breedte te ontwikkelen de basis voor de tweede - meer creatieve - aanpak.
3. Sommige gitaristen verwarren techniek-studie en creativiteit. Ik heb horen beweren dat het oefenen van patronen van drie noten per snaar (zoals heel populair bij veel zgn. 'shredders') tot nieuwe innoverende creatieve ideeen leidt. Ik zou willen beweren dat je mogelijkheden creeert maar niet per se meer creativiteit. Creativiteit gaat over het kiezen uit verschillende mogelijkheden. Die keuze doe je bij voorkeur op basis van smaak en/of verwachting bij jezelf en de luisteraar niet op basis van je techniek- oefen- routine van die week.

Een mooi filmpje aanvullend hierop is eentje waar Joe Satriani een en ander uitlegt over zijn bewondering voor gitaristen die nooit klinken alsof ze oefenen.

donderdag 17 juli 2014

Een nieuw album in de maak (deel 4) Mixen en masteren van de opnames

Twee belangrijke onderdelen bij het opnemen van een CD zijn mixen en masteren. Dit doe je nadat je daadwerkelijk de opnames gemaakt hebt. Ik krijg nogal eens de vraag wat er dan precies gebeurt. Hierbij een poging om het een en ander toe te lichten. Als je naar een CD (of concert) luistert kun je dat op veel verschillende manieren doen. Je kunt de melodieen volgen, focussen op een bepaald instrument, meezingen met het refrein, kippenvel krijgen bij dat ene tegenmelodietje of meedirigeren met je favoriete symfonie. Maar hoe kun je deze luisterervaring optimaal maken zonder hinderlijke afleidingen? Het opnemen en het mixen is door Han Nuijten gedaan en voor het masteren door Peter Brusee van Q Point te Hilversum. Bij beide onderdelen was ik aanwezig en kon ik meedenken. Je kunt je voorstellen dat het bijzonder leerzaam was om samen met deze zeer ervaren mensen eens vanuit een ander perspectief naar muziek te luisteren.



Wat is mixen en masteren nu eigenlijk? Laat ik eerst eens voor de duidelijkheid een vergelijking maken met het kijken naar een klassenfoto. Je kijkt naar de foto, ziet de gezichten van klasgenoten uit vervlogen tijden. Misschien herken je de meesten en misschien herinner je de mensen met wie je ruzie hebt gehad of die klasgenoten waarmee je altijd verstoppertje hebt gespeeld. Bij het kijken naar de foto zorgt de fotograaf dat je je herinneringen ongestoord kunt ophalen. Niets is hinderlijker dan dat iemands gezicht er half op staat of dat de foto korrelig is waardoor gezichten geen details kennen. Het doel van het mixen is te vergelijken met het moment waarop de fotograaf zegt: "Alle lange mensen achteraan, kortere mensen vooraan... en de voorste rij moet op de grond zitten... ja en jullie iets meer naar rechts... kunnen jullie met zijn allen iets dichterbij elkaar staan, anders passen jullie er net niet op? ja, zo is het goed!" flits! Bij het mixen worden de volumes van de verschillende instrumenten goed op elkaar afgestemd. Ook wordt de klankkleur per instrument optimaal ingesteld middels equalizing. Ook kan een instrument iets naar links of naar rechts in het stereobeeld worden geplaatst. Als je je ogen dicht doet en naar de muziek luistert (via koptelefoon of zittend recht voor je hifi-installatie) dan hoor je dan ook dat instrumenten allemaal hun eigen plekje hebben in de mix. Er lijkt echter ook een soort diepte te zijn. Sommige instrumenten klinken verder weg en anderen lijken recht voor je neus te staan. Tijdens het mixen houd je je hoofdzakelijk bezig met deze plaatsing. Overigens heb je al tijdens het opnemen hier invloed op door bijvoorbeeld de manier waarop je microfoons plaatst en de ruimte waarin je speelt. Opnemen, mixen en masteren zijn niet los van elkaar te zien.



Bij het masteren is het net of je nog meer van een afstand naar de opname luistert. Het is alsof je de klassenfoto bekijkt en ziet dat de gehele foto wat groenig is. Als er veel groene voorwerpen (bijvoorbeeld planten ;)) zijn kun je besluiten dat het waarheidsgetrouw is en het zo laten. Maar het kan ook zijn dat, om wat voor reden dan ook, het groenige niet overeenkomt met de werkelijkheid. Bij het masteren luister je naar alle fequenties van laag naar hoog en probeer je een realistisch beeld te creeeren. Ook waren op beeld frequentie-analyses te zien. Mocht een bepaalde frequentie overmatig aanwezig zijn dan kun je die eventueel (deels) inperken. Je kunt denken aan de volgende situatie: Als ik op een akoestische gitaar speel dan zal die in elke ruimte waar ik speel weer anders klinken. Elke ruimte kleurt het geluid. Zijn de muren van steen? Hangen er gordijnen? Al die factoren bepalen wat de luisteraar waarneemt. Een ruimte heeft ook een resonantie-frequentie. Wanneer de gitaar deze frequentie voortbrengt wordt deze versterkt door de ruimte. Een CD moet een soort neutraliteit hebben waardoor deze in elke situatie optimaal tot zijn recht komt. Daar is het masteren voor bedoeld. Tijdens mixen en masteren had ik de CD 'Lifecycle' van de Yellow Jackets als klankreferentie. Het geluid van die CD vind ik lekker fris en poppy klinken en zo wilde ik mijn CD ook laten klinken.



De opname, mix en mastering moeten hand in hand met elkaar gaan, vandaar dat ik het belangrijk vond dat de opnametechnicus Han Nuijten en masteraar Peter Brussee vaak hebben samengewerkt en elkaars werk goed begrijpen. Voor mij was dit weer een lesje luisteren naar muziek op 1001 manieren. Uiteindelijk bepalen techniek, akoestiek en psychologie de mate waarin je van de muziek kan genieten. Laten dit nu net 3 onderwerpen zijn die ik erg boeiend vind! Er valt nog genoeg te leren heb ik gemerkt!



Nog een leuk artikeltje over dit onderwerp:
http://zesoundsuite.blogspot.nl/2010/02/fletcher-munson-curve-why-you-should.html

zaterdag 12 juli 2014

Een nieuw album in de maak (deel 3) In duet met Bert van den Brink

Op vrijdag 4 juli jl. heb ik voor mijn CD 'Compass' een mooi sfeervol duet opgenomen met een van Nederlands' beste jazz-pianisten Bert van den Brink. Het stuk is mijn compositie 'The Purpose of Love' die ik eerder al in verschillende versies heb gespeeld. De bezetting op de CD is metaalsnarig akoestisch gitaar en piano. De inspiratie voor mij ligt duidelijk in de sublieme duo-opnames van Pat Metheny en Brad Mehldau (Met name de duo-stukken van de albums Metheny Mehldau en Quartet) en natuurlijk het duo-werk van Jesse van Ruller en Bert van den Brink (In Pursuit).
Tijdens mijn conservatorium-tijd heb ik regelmatig les gehad van Bert en voor die tijd kende ik zijn spel uit een opname met Toots Thielemans in Sesjun. Deze opnames zijn voor een deels ook op youtube te vinden:



Bert's melodische benadering heeft me altijd erg geinspireerd om zelf ook melodisch te spelen. Zijn spel heeft een soort helderheid en duidelijkheid die me erg aanspreekt. Het is dan ook heel bijzonder om te horen hoe hij een melodie benadert die ik zelf heb geschreven. Als je met zijn tweeen speelt is er ook veel ruimte voor interactie. Dit is voor Bert ook meteen een soort trade-mark niet in de laatste plaats vanwege zijn absoluut gehoor. Je kunt het zo gek niet bedenken of hij kan wat je speelt onmiddellijk naspelen. Het geeft een grote vrijheid; Iedere versie die je samen speelt wordt zo uniek hoewel het uitgangspunt een melodie en een paar akkoorden blijft. Een positief bij-effect van samenspelen met hem is dat je zelf ook op scherp staat, hij hoort immers ALLES ;)



Ik kan natuurlijk niet wachten om ons duet te laten horen maar dat kan nu nog niet. Mocht je echter benieuwd zijn naar meer werk van Bert zelf dan kan ik je aanraden om ook zijn 'Bytes' te beluisteren via http://www.bertvandenbrink.com/bertsbytes.php. Vanaf 21 september 2014 zal hij weer wekelijks een nieuwe opname plaatsen (het is nu even zomerstop).



De volgende stap is nu de mastering en onderwijl werken aan een hoesontwerp maar daarover later meer..

Met dank aan Linda Sitvast Fotografie voor de foto's.

dinsdag 24 juni 2014

Uw lesmethode: Lees voor gebruik eerst de bijsluiter (deel 2)

De afgelopen tijd heb ik via o.m. facebook een aantal kritische maar interessante discussies gelezen over onderwerpen als muziek-les in het algemeen, letterlijk naspelen van gitaarsolo's via tabulatuur, studeren van techniek, het gebruik van metronoom en gitaar leren spelen in het youtube-tijdperk. Bij het studeren is het vooral van belang de positieve en negatieve effecten (voor jezelf) goed in beeld te hebben. In dit tweede deel van de serie wil ik het hebben over de mogelijke voor- en na-delen van muziekles:
Mogelijke voordelen van muziekles:
1. Een ervaren musicus/docent kan zich uitspreken over je sterke en zwakke punten (als musicus of in de uitvoering van een specifieke compositie/oefening/e.d.). Door je zwakke en sterke punten in kaart te brengen kun je je oefenroutine aanpassen zodat je uiteindelijk alleen nog maar sterke punten hebt!
2. Een ervaren musicus/docent weet vaak meerdere oefen-strategieen om een bepaald probeem op te lossen.
3. Een ervaren musicus/docent kan je inspireren om je breder te orienteren op muziek doordat deze vaak meer overzicht heeft over de traditie.
4. Een ervaren musicus/docent kan je met behulp van nieuwe invalshoeken inspireren en daarme uit een "studie-dip" krijgen.
5. Een ervaren docent kan dwarsverbanden leggen tussen de verschillende onderwerpen. Hij kan een koppeling leggen tussen theorie en een stuk muziek dat je oefent. Zo kun je een specifiek deel van de theorie leren aan de hand van je favoriete muziek.

Mogelijke nadelen van muziekles:
1. Uit eigen ervaring weet ik dat je manier van oefenen om de zoveel tijd verandert. Het zou kunnen voorkomen dat je een bepaalde oefening maanden achter elkaar zelfstandig blijft doen omdat je docent ooit gezegd heeft dat het goed was. Na verloop van tijd kan het effect van dit oefenen verdwijnen. Leer dus ook over je eigen ontwikkeling nadenken en leer je eigen oefeningen te bedenken. Achterhaal altijd waarom je een bepaalde oefening doet/zou moeten doen. Je kunt hierbij je docent raadplegen. Het is uiteindelijk allemaal maatwerk!
2. Sommige docenten hebben zelf in hun ontwikkeling weinig problemen met bepaalde facetten van het spelen gehad. Als een docent altijd zo heeft uitgeblinkt in techniek dat hij/zij hier nooit echt problemen mee heeft ondervonden kan het zijn dat hij jouw probleem nooit zelf heeft meegemaakt. Dit geldt uiteraard alleen wanneer de docent niet voldoende inlevingsvermogen heeft of een gebrek aan ervaring/interesse heeft in (echt) lesgeven. Een advies zou kunnen zijn om als leerling toch goed door te vragen om ook je docent goed te laten nadenken over methodes. Heldere communicatie is dan ook een sleutelfactor in lesgeven.
3. Docenten hebben vaak een eigen smaak en richting gekozen. In de regel zal een goed geschoolde en ervaren docent je met vele stijlen en technieken kunnen helpen. Als je een gevorderde leerling bent kan het echter geen kwaad om naar een docent met een duidelijk specialisme op zoek te gaan.
4. Vaak zijn muzikanten heel goed in creatief zijn met hun beperkingen. In een les-situatie ga je vaak uit van dat je uiteindelijk alles - d.m.v. training wilt kunnen. Echter, in creatieve situaties omzeil je ook wel eens dat wat je niet kunt en verzin je gewoon een passend alternatief. Huub van der Lubbe van De Dijk zei weleens in een interview dat er tegenwoordig veel meer mensen goed een muziekinstrument beheersen, maar dat dit niet per se leidt tot betere/creatievere muziek.
5. (Aansluitend op 4.) Een vraag die me als docent regelmatig gesteld wordt is: "doe ik het wel goed?". Het leuke is dat voor creativiteit die vraag meestal nauwelijks te stellen valt. Het gaat er dan meer om of je het zelf goed vindt. Het hebben van een autonoom oordeel over je eigen muziek is erg belangrijk hoewel je toch open zou kunnen blijven staan voor kritiek. In mijn ervaring lijkt dit soms weleens op een soort koorddansen tussen deze twee manieren van denken. Een geduldig proces van veel terugluisteren en meningen overwegen.

zaterdag 31 mei 2014

Jeff Beck en de menselijke kant van gitaartoon

Op zondag 25 mei was het dan zo ver: Jeff Beck speelde in Tivoli Vredenburg te Utrecht. De eerste muziek die ik van hem leerde kennen was van het album 'Blow by Blow'. Ik had immers in een boekje gelezen dat hierop jazz-rock te horen was en was daar nieuwsgierig naar geworden. Sindsdien heb ik stapje voor stapje meer van de man leren kennen. Tijdens het optreden was een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre te horen. Oud en nieuw wisselden elkaar af.



Wat direct opvalt aan Beck's benadering van de gitaar is dat zijn geluid vaak beinvloed lijkt door andere dingen dan de gitaar. Bijvoorbeeld de menselijke stem. Een zorvuldig gebruik van vibrato en gebogen noten maar ook een indrukwekkende behendigheid in het gebruik van de 'Whammy-bar'.

Een bekende opname is van het stuk 'Where Were You' (live at Ronnie Scott's). Het is daarin bijna of de gitaar zingt.



Een mooi fragment waarin Oosterse invloeden te horen zijn is hier te zien:



In de CD hoes van zijn album 'Emotion & Commotion' schrijft Jeff Beck over zijn uitvoering van Nessun Dorma: "Hearing a trained voice always gets me going. It's amazing how well it works when you transpose that on the guitar."



Beck's gitaarspel kent veel facetten maar onderdeel van zijn onmiddellijke herkenbaarheid en persoonlijkheid is zijn eigenzinnige gebruik van de tonale mogelijkheden van de elektrische gitaar. Hiermee blijft hij een inspiratiebron. Het was een mooie avond met een gitarist die wel steeds smaakvoller lijkt te gaan spelen.