vrijdag 27 februari 2015

Het innerlijk oor van de musicus en de kracht van zingen

Een opmerking die ik over muziekles weleens gehoord heb is dat deze pas succesvol is als je beter leert spelen wat je hoort. Nu is het interessant om in 1 zin de kwaliteit van de muziekles te kunnen vatten maar in dit geval wil ik graag de nuance eens opzoeken met die zin als uitgangspunt.
Wat de zin mijns inziens betekent is dat je in het proces van muziek maken werkt vanuit je klankvoorstellingsvermogen. Ook veel niet-musici maken regelmatig gebruik van dit vermogen; een liedje blijft in je geheugen hangen en je kunt het na verloop van tijd bijvoorbeeld fluiten tijdens het fietsen. Bij sommige stukken is het zelfs zo dat je melodie, begeleiding, bas en drums allemaal in gedachten kunt horen.
Je zou kunnen zeggen dat een mooie invulling van gitaarles kan zijn als je vanuit die situatie leert alle tonen die je in gedachten hoort op je gitaar te spelen. Maar wat nu als je noten leest of tabulatuur leest? En hoe zit dat bij improvisatie? Eigenlijk blijft hetzelfde ideaalbeeld van kracht; bij het zien van een notenbeeld hoor je de muziek in gedachten en je vingers creeeren dat op je instrument. Het is net als het lezen van een roman. Je hoort een stem in gedachten die het aan jou voorleest. Zelfs als er een drukfout staat lees je er zonder problemen overheen. Bij het improviseren veroorzaken je vingers de klanken die je in je hoofd hoort. Je denkt en creeert dus in gedachten de klank en de vingers volgen.

Bovenstaande gedachtengang heeft gevolgen voor de vraag hoe je oefent:
Ben je een beginner dan zal de aanblik van noten niet direct klank in je gedachten oproepen. Vaak zul je in het begin druk genoeg zijn met zaken als het vertalen van een noot in een vingerzetting en het bijhouden van de tel in de maat. Het echte musiceren ontstaat pas als je het liedje steeds beter gaat beheersen en je meer ruimte in je concentratie over hebt voor de klank.
Het werken met liedjes die je - van klank - al kent heeft mijn voorkeur. Hoewel dit natuurlijk niet altijd mogelijk is. Zeker in de eerste paar lessen waar je mogelijkheden nog heel beperkt zijn.
Wanneer je leert improviseren zul je in het begin moeite hebben je aan de juiste ladder(s) te houden en het zal wel even duren voordat je hele melodieen kunt spelen. Maar houd ook hier in gedachten dat als je vingers de weg weten de vervolgstap is om in klank te gaan denken.

Een heel goede stap om te zetten zou zijn om alles wat je speelt ook te leren zingen. Bij zang ben je volledig aangewezen op je klankvoorstelling. Dus meezingen met een liedje dat je leert van noten, meezingen tijdens je improvisatie kan je helpen in te schatten hoe evenwichtig je een stuk muziek hebt ingestudeerd.

donderdag 29 januari 2015

Hoe te leren improviseren in een vijfkwartsmaat

Deze keer wil ik stilstaan bij de vijfkwartsmaat. Aangezien deze maatsoort minder vaak voorkomt dan bijvoorbeeld de vierkwartsmaat en de driekwartsmaat is het in het begin nogal wennen. De vraag is hoe je dat het beste kunt doen.

Een eerste belangrijke stap is het bepalen van de indeling van de maat. In dit voorbeeld stel ik de maat samen uit een stuk van drie tellen en een stuk van twee tellen. Dat de twee onderdelen verschillen van elkaar maakt de maatsoort onregelmatig. Het is een zgn. onregelmatige samengestelde maatsoort.

De volgende stap is de tweedeling hoorbaar en voelbaar te maken voor jezelf door steeds op het begin van elk maatdeel een accent te geven. Het is dan ook fijn om per maatdeel nog een soort tussentijds accent te plaatsen. We accentueren dus enerzijds tel 1 en 4 en anderzijds de achtste na tel 2 en tel 5. Belangrijk is het om alle tussenliggende achtsten ook tot uitdrukking te brengen. Die zorgen namelijk voor de regelmaat. In het begin kan het heel helder werken om met een sequencer of drumcomputer dit ritme als begeleiding in elkaar te zetten. Uiteindelijk zou je zonder externe hulpmiddelen de verdelingen moeten kunnen voelen en zelfs kunnen improviseren zonder de tel kwijt te raken.

Vervolgens kun je de bovengenoemde accenten opschuiven door de maat. Dit kan door het geheel steeds een achtste op te schuiven. Zodoende ontstaan er tien verschillende ritmes zoals je hieronder kunt zien.:



Je kunt de pdf ook vinden via: 5_4 Displacements - Guitar.pdf
Doel bij het oefenen is om toch de oorspronkelijke tweedeling van de maat in je achterhoofd te houden. Het gaat allemaal om de relatie van het gespeelde met de dimensies van de maat.
Enkele voorbeelden van muziek in maatsoorten van 5 tellen:

-Theme from Mission Impossible - https://www.youtube.com/watch?v=XAYhNHhxN0A
(v.a. ca. 12 seconden hoor je het deel in vijfkwartsmaat). Later wordt teruggegaan naar een gewone vierkwartsmaat.
-Take Five - Dave Brubeck - https://www.youtube.com/watch?v=vmDDOFXSgAs
-The Great Gig in the Sky - Sam Yahel, Mike Moreno, Ari Hoenig, Seamus Blake - https://www.youtube.com/watch?v=EchjlKtQKcY
V.a. 43 seconden begint het deel in vijf achtste. Let vooral op het verrassingseffect wat door het gitaarintro opgeroepen wordt.
-Fives - Guthrie Govan - https://www.youtube.com/watch?v=-yPEewaalik

maandag 22 december 2014

Wes Montgomery Smokin' at the Half Note - Four on Six

De wereldberoemde jazz gitarist Wes Montgomery heeft me altijd verbaasd aangezien hij altijd zo fris melodisch en helder improviseert. Van zijn eigen compositie 'Four on Six' is er een mooie live-opname te vinden op het album 'Smokin' at the Half Note'. Hieronder vind je een opname op youtube:



Het thema en de gitaarsolo heb ik uitgeschreven en vind je hieronder. De solo zit overvol met mooie licks en spannende akkoordvervangingen. Het blijft altijd wonderbaarlijk dat dit een improvisatie is en op dat ene moment in de geschiedenis is ontstaan.:



Je kunt de transcriptie vinden via: Wes Montgomery - Four on Six (tab).pdf

woensdag 3 december 2014

Meer dan alleen de noten - "Lenny" van Stevie Ray Vaughan

Op de albums van Stevie Ray Vaughan zijn naast zijn bekende vocale blues-stukken ook instrumentale ballads te vinden. "Little Wing" was de eerste die ik van hem leerde kennen. Zijn helder toon die onmiskenbaar gekoppeld is aan de stratocaster is uit duizenden te herkennen. Als hij op zijn strat twee pickups combineert (stand 2 en met name 4 van de vijfstandenschakelaar) klinken zijn noten haast als glazen bolletjes die uit je speakers rollen. Vaak verandert hij tijdens het nummer ook zijn toon door een ander(e) element(-combinatie) te kiezen. Dit gebruikt hij duidelijk om de expressie in zijn spel te verhogen. Hij is ook een meester in het gebruik van overdrive op zo'n manier dat de hoeveelheid oversturing door de dynamiek van zijn aanslag bepaald wordt. Vaak net een randje en bij hard aangeslagen noten net iets meer.

Een heel boeiend voorbeeld van nog zo'n instrumentaal stuk is "Lenny". In dit stuk combineert hij op een geraffineerde wijze zijn bluesy lijnen met de mooie rijke akkoorden uit de jazzmuziek. Daarnaast koppelt hij deze klanken ook nog eens met het gebruik van de whammy-bar waardoor hij een soort hawaii-achtig pedalsteel-gitaargeluid produceert.

Wat ik minstens zo bijzonder vind aan zijn soleerstijl even verderop in het stuk is dat hij een heel scherp ritmisch voorstellingsvermogen heeft. Het ene moment speelt hij rechte zestienden en het andere moment soleert hij met geshuffelde zestienden. Zijn begeleidingsband speelt daarbij heel solide door en daardoor ontstaat een mooi contrast.

Hoewel het stuk "Lenny" instrumentaal is heeft het voor mij een heel sterk vocaal karakter. Dit komt doordat hij heel dynamisch speelt; sommige tonen wat harder, anderen weer wat zachter. Net als bij de gesproken taal geld dat communicatie meer is dan alleen woorden. Muziek is meer dan alleen de noten. Volgens mij zouden zelfs kinderliedjes nog mooi klinken als de SRV-man ze zou spelen ;).

Hieronder een mooie live-versie waarin in het intro ook een verwijzing zit naar een andere instrumentale ballad van hem, genaamd "Riviera Paradise" van het album "In Step". In deze live-versie is zijn voorliefde voor jazz nog eens extra goed te horen in de improvisatie. Hij laat veel ruimte in zijn improvisatie waardoor het geheel blijft ademen. En de invloed van zijn grote voorbeeld Jimi Hendrix is ook nog eens duidelijk te horen.



Om je op weg te helpen heb ik een transcriptie gemaakt van de album-versie. Veel plezier en vergeet niet om met de opname erbij te oefenen want het gaat niet alleen om de noten maar ook de toonvorming!



Je kunt de transcriptie vinden via: Stevie Ray Vaughan - Lenny - Guitar (tab).pdf

donderdag 16 oktober 2014

Verhoog je kwaliteit van oefenen met deze eenvoudige tips

Stel je voor: je hebt gitaarles, je oefent regelmatig en leert gaandeweg steeds meer liedjes kennen. Nu zeggen veel gitaarleraren dat je pas naar het volgende liedje zou moeten gaan als je het geoefende liedje echt beheerst. Hoe kun je nu controleren of je het geoefende ook echt beheerst?

1. Allereerst zou je kunnen testen of je het liedje uit je hoofd kent. Als je het liedje leerde van noten/tabulatuur speel dan zonder blaadje. Wanneer je niet meer afhankelijk bent van je papier zal je muziek veel beter en muzikaler klinken omdat je dan je aandacht kunt richten op hoe je speelt en niet op het bekijken van de volgende noot. Heb je geen bladmuziek erbij maar heb je het op gehoor geoefend met de originele opname erbij, probeer het dan zonder opname te spelen en beluister of het logisch en muzikaal klinkt. In het ideale geval hoor je tijdens het spelen de opname in je gedachten meelopen.
2. In de tweede plaats zou je kunnen testen of je het liedje samen met een andere musicus kan spelen. Je kunt bijvoorbeeld je leraar vragen je te begeleiden. Meespelen met een drumcomputer of metronoom kan ook een goede test zijn. Soms raak ben je ineens kwijt waar je ook alweer was. Soms blijkt dat je niet uit jezelf een noot op het goede moment meer kan spelen en dat de begeleiding je 'afleidt'.
3. Je kunt het geoefende zingen, fluiten of neurieen om te bepalen of je de klank van het liedje voldoende in je hoofd hebt zitten.
4. Je kunt met je voet de maat tikken terwijl je speelt om te controleren of je je tijdens het spelen voldoende bewust bent van de tel en of de onderverdelingen van de tel. Zo werk ja aan de 'ideale drummer in je hoofd'.
5. Een ander prikkelend idee is om een liedje achterstevoren te spelen (uit je hoofd). Door het liedje achterstevoren te leren spelen verbetert je vermogen om, wanneer je het liedje weer in de normale volgorde speelt, vooruit te blijven denken.
6. Je kunt er veel van leren als je een opname van jezelf maakt en deze terugluistert. Soms hoor je dan dat je lange noten te kort speelt of dat je in een snel fragment vertraagd doordat je techniek tekort schiet.
7. Vaak is het lastig om een liedje in een heel ander tempo te spelen. Vooral het heel langzaam spelen wil nogal eens lastig zijn omdat je dan moeilijker het overzicht houdt. Bij sommige leerlingen merk ik dat ze het liedje maar in 1 specifiek tempo hebben geoefend.
8. Speel het liedje eens in een andere toonsoort/maatsoort/mode. Deze tips zijn wat meer voor de gevorderde leerling en vergen veel meer van je kennis en vaardigheid maar kunnen daarentegen weer leiden tot heel mooie en creatieve nieuwe benaderingen.
9. Oefen eenzelfde melodie ook in andere posities: de gitaar is uniek omdat je melodieen op veel verschillende manieren kan spelen. In mijn eigen ervaring kies je vaak voor de jou bekende weg. Als je een beetje onderzoekt kom je vaak op heel goede alternatieven die soms ook nog eens beter klinken.
10. Een nog verder gevorderde aanpak die heel tof is: Zet voor de verandering de metronoom eens niet op de kwartnoot maar op de kwartnoot-punt. Of vat de metronoom op als een moment tussen twee tellen (bijvoorbeeld de 2e zestiende als je bv een funk-slagje oefent). Je test hiermee je ritmische autonomie.

donderdag 7 augustus 2014

Uw lesmethode: Lees voor gebruik eerst de bijsluiter (deel 3)

Over studie van techniek doen ook veel verhalen de ronde. Zo zou teveel techniek studeren je spel steriel en emotieloos maken. Als die discussie iets verder gaat worden meteen voorbeelden als Al DiMeola, Guthrie Govan, Michael Angelo Batio, Yngwie Malmsteen en John Petrucci aangehaald. Iedereen heeft hier dan een uitgesproken mening over in termen van de balans techniek/emotie/zeggingskracht etc. Misschien is wat nuance wenselijk.

Mogelijke voordelen van het studeren van techniek:
1. De snelheid waarmee je bewegingen uitvoert kan hoger komen te liggen.
2. De nauwkeurigheid waarmee je bewegingen uitvoert kan verbeteren
3. Het aanleren van nieuwe liedjes wordt gemakkelijker. Dit zie je vaak als leerlingen een eerste besef van toonladders als bouwstenen voor muziek krijgen. (stukje hefboomwerking voor de toekomst).
4. De onafhankelijkheid van je vingers kan vergroten wat aanleren van nieuwe structuren makkelijker maakt.

Mogelijke nadelen van het studeren van techniek:
1. Voor het gemak vergelijk ik musiceren weer eens met spreken. Wanneer je spreekt probeer je een idee aan iemand anders over te brengen. Je gebruikt hierbij de woorden die je nodig hebt. Over sommige woorden denk je soms wat langer na of je zoekt snel een synoniem waardoor wat je bedoelt toch overkomt. Wanneer je bewust gaat proberen moeilijke woorden te gebruiken zal het vaak gekunsteld gaan klinken. Natuurlijk zou je het gebruik van dure woorden kunnen ontwikkelen tot een kunst maar de vraag blijft of het de boodschap dient of dat het juist ervan afleid. Een uitgangspunt zou kunnen zijn: Ambieer om te kunnen spelen wat je hoort in je hoofd en als je merkt dat je techniek tekortschiet dan zou je daar een deel van je oefentijd aan kunnen wijden.
2. Omdat de studie van techniek heel goed de vorm kan aannemen van vastgelegde stricte oefenschema's waarbij het resultaat heel meetbaar is is het voor sommige mensen heel aantrekkelijk. Het is ook heel fijn om met een metronoom al je persoonlijke snelheidsbarrieres te doorbreken door dagelijks hard werken. Het creatieve proces laat zich echter minder goed meten en is derhalve ongrijpbaarder. Dit kan een reden zijn dat sommige mensen hier voor weglopen en verzanden in enkel studeren van techniek. Overigens heb ik dit zelf uiteraard ook meegemaakt. Misschien is de wens om 'de beste' te worden de basis voor de eerste - meer meetbare - aanpak en de wens om je in de breedte te ontwikkelen de basis voor de tweede - meer creatieve - aanpak.
3. Sommige gitaristen verwarren techniek-studie en creativiteit. Ik heb horen beweren dat het oefenen van patronen van drie noten per snaar (zoals heel populair bij veel zgn. 'shredders') tot nieuwe innoverende creatieve ideeen leidt. Ik zou willen beweren dat je mogelijkheden creeert maar niet per se meer creativiteit. Creativiteit gaat over het kiezen uit verschillende mogelijkheden. Die keuze doe je bij voorkeur op basis van smaak en/of verwachting bij jezelf en de luisteraar niet op basis van je techniek- oefen- routine van die week.

Een mooi filmpje aanvullend hierop is eentje waar Joe Satriani een en ander uitlegt over zijn bewondering voor gitaristen die nooit klinken alsof ze oefenen.

donderdag 17 juli 2014

Een nieuw album in de maak (deel 4) Mixen en masteren van de opnames

Twee belangrijke onderdelen bij het opnemen van een CD zijn mixen en masteren. Dit doe je nadat je daadwerkelijk de opnames gemaakt hebt. Ik krijg nogal eens de vraag wat er dan precies gebeurt. Hierbij een poging om het een en ander toe te lichten. Als je naar een CD (of concert) luistert kun je dat op veel verschillende manieren doen. Je kunt de melodieen volgen, focussen op een bepaald instrument, meezingen met het refrein, kippenvel krijgen bij dat ene tegenmelodietje of meedirigeren met je favoriete symfonie. Maar hoe kun je deze luisterervaring optimaal maken zonder hinderlijke afleidingen? Het opnemen en het mixen is door Han Nuijten gedaan en voor het masteren door Peter Brusee van Q Point te Hilversum. Bij beide onderdelen was ik aanwezig en kon ik meedenken. Je kunt je voorstellen dat het bijzonder leerzaam was om samen met deze zeer ervaren mensen eens vanuit een ander perspectief naar muziek te luisteren.



Wat is mixen en masteren nu eigenlijk? Laat ik eerst eens voor de duidelijkheid een vergelijking maken met het kijken naar een klassenfoto. Je kijkt naar de foto, ziet de gezichten van klasgenoten uit vervlogen tijden. Misschien herken je de meesten en misschien herinner je de mensen met wie je ruzie hebt gehad of die klasgenoten waarmee je altijd verstoppertje hebt gespeeld. Bij het kijken naar de foto zorgt de fotograaf dat je je herinneringen ongestoord kunt ophalen. Niets is hinderlijker dan dat iemands gezicht er half op staat of dat de foto korrelig is waardoor gezichten geen details kennen. Het doel van het mixen is te vergelijken met het moment waarop de fotograaf zegt: "Alle lange mensen achteraan, kortere mensen vooraan... en de voorste rij moet op de grond zitten... ja en jullie iets meer naar rechts... kunnen jullie met zijn allen iets dichterbij elkaar staan, anders passen jullie er net niet op? ja, zo is het goed!" flits! Bij het mixen worden de volumes van de verschillende instrumenten goed op elkaar afgestemd. Ook wordt de klankkleur per instrument optimaal ingesteld middels equalizing. Ook kan een instrument iets naar links of naar rechts in het stereobeeld worden geplaatst. Als je je ogen dicht doet en naar de muziek luistert (via koptelefoon of zittend recht voor je hifi-installatie) dan hoor je dan ook dat instrumenten allemaal hun eigen plekje hebben in de mix. Er lijkt echter ook een soort diepte te zijn. Sommige instrumenten klinken verder weg en anderen lijken recht voor je neus te staan. Tijdens het mixen houd je je hoofdzakelijk bezig met deze plaatsing. Overigens heb je al tijdens het opnemen hier invloed op door bijvoorbeeld de manier waarop je microfoons plaatst en de ruimte waarin je speelt. Opnemen, mixen en masteren zijn niet los van elkaar te zien.



Bij het masteren is het net of je nog meer van een afstand naar de opname luistert. Het is alsof je de klassenfoto bekijkt en ziet dat de gehele foto wat groenig is. Als er veel groene voorwerpen (bijvoorbeeld planten ;)) zijn kun je besluiten dat het waarheidsgetrouw is en het zo laten. Maar het kan ook zijn dat, om wat voor reden dan ook, het groenige niet overeenkomt met de werkelijkheid. Bij het masteren luister je naar alle fequenties van laag naar hoog en probeer je een realistisch beeld te creeeren. Ook waren op beeld frequentie-analyses te zien. Mocht een bepaalde frequentie overmatig aanwezig zijn dan kun je die eventueel (deels) inperken. Je kunt denken aan de volgende situatie: Als ik op een akoestische gitaar speel dan zal die in elke ruimte waar ik speel weer anders klinken. Elke ruimte kleurt het geluid. Zijn de muren van steen? Hangen er gordijnen? Al die factoren bepalen wat de luisteraar waarneemt. Een ruimte heeft ook een resonantie-frequentie. Wanneer de gitaar deze frequentie voortbrengt wordt deze versterkt door de ruimte. Een CD moet een soort neutraliteit hebben waardoor deze in elke situatie optimaal tot zijn recht komt. Daar is het masteren voor bedoeld. Tijdens mixen en masteren had ik de CD 'Lifecycle' van de Yellow Jackets als klankreferentie. Het geluid van die CD vind ik lekker fris en poppy klinken en zo wilde ik mijn CD ook laten klinken.



De opname, mix en mastering moeten hand in hand met elkaar gaan, vandaar dat ik het belangrijk vond dat de opnametechnicus Han Nuijten en masteraar Peter Brussee vaak hebben samengewerkt en elkaars werk goed begrijpen. Voor mij was dit weer een lesje luisteren naar muziek op 1001 manieren. Uiteindelijk bepalen techniek, akoestiek en psychologie de mate waarin je van de muziek kan genieten. Laten dit nu net 3 onderwerpen zijn die ik erg boeiend vind! Er valt nog genoeg te leren heb ik gemerkt!



Nog een leuk artikeltje over dit onderwerp:
http://zesoundsuite.blogspot.nl/2010/02/fletcher-munson-curve-why-you-should.html